Rijd je elektrisch en laad je jouw auto regelmatig thuis op? Dan heb je waarschijnlijk wel eens gehoord van ERE‑certificaten, ofwel Emissiereductie‑eenheden. In de praktijk zijn dit afspraken waarmee de CO₂‑besparing van elektrisch rijden wordt beloond met een financiële prikkel.
Maar wat zijn ERE‑certificaten precies, hoe doe je mee, en hoe ‘groen’ is dit systeem eigenlijk? We nemen je mee in de belangrijkste punten.
Wat zijn ERE-certificaten?
In Nederland zijn brandstofleveranciers, de bedrijven die benzine en diesel verkopen, wettelijk verplicht om hun CO₂-uitstoot jaarlijks te verminderen. Dit heet de Brandstoftransitieverplichting.
Omdat zij zelf nog veel fossiele brandstoffen verkopen, kunnen ze aan hun verplichting voldoen door ‘rechten’ te kopen van partijen die juist CO₂ besparen. Sinds 1 januari 2026 kunnen ook particulieren die hun elektrische auto thuis opladen, deze besparing (de ERE’s) verkopen aan de fossiele sector.
Het systeem is opgezet door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en is de opvolger van de Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s). Het verschil met het oude systeem: waar vroeger werd gemeten hoeveel hernieuwbare energie je gebruikte, gaat het nu om de daadwerkelijke CO₂-reductie die je bewerkstelligt.
Wie kan er meedoen?
Niet elke elektrische kilometer telt mee. Dit zijn de spelregels:
Particulieren met een eigen EV
Heb je een elektrische auto (volledig elektrisch of plug‑in hybride) en een laadpaal thuis? Dan kun je meedoen, mits je laadpaal aan de technische eisen voldoet (zie hieronder).
Lease-rijders
Hier zit een belangrijk verschil tussen de twee vormen:
- Private lease: Je bent zelf de contracthouder van de netaansluiting. Jij hebt dus recht op de ERE-opbrengsten en kunt je direct aanmelden als particulier.
- Zakelijke lease: Volgens de Wet milieubeheer gaan de rechten op ERE-certificaten naar de persoon op wiens naam de netaansluiting staat. Bij een thuislaadpaal is dat vrijwel altijd de bewoner — dus de werknemer zelf. Dit geldt ongeacht wie de auto of de laadpaal heeft betaald. In de praktijk betekent dit dat ook zakelijke lease-rijders die thuis laden, recht hebben op de vergoeding. Maar: sommige werkgevers kunnen beredeneren dat de vergoeding die ze jou per kWh betalen voor thuisladen omlaag moet. Maak hier dus vooraf duidelijke afspraken over.
Alleen thuisladen telt voor jou Je krijgt alleen een vergoeding voor de stroom die je thuis, achter je eigen meter, laadt. Publieke laadpalen tellen voor jou niet mee; daar claimt de exploitant van het laadpunt de rechten al.
Wat heb je nodig?
Er zijn twee harde voorwaarden:
1. Een laadpaal met ingebouwde MID-meter Een MID-meter is een officieel gecertificeerde energiemeter die precies bijhoudt hoeveel stroom er door het laadpunt gaat, volgens de Europese norm die garandeert dat de gemeten kWh juridisch betrouwbaar zijn. Een losse MID-meter in de meterkast telt niet mee. Controleer in de handleiding of app van je laadpaal of jouw model hieraan voldoet. Veel moderne laadpalen hebben deze meter al ingebouwd.
2. Aanmelding via een erkende inboekdienstverlener Het is als particulier niet mogelijk om je zelf rechtstreeks aan te melden bij de overheid. Je werkt altijd via een inboekdienstverlener: een door de NEa goedgekeurde partij die de laaddata uitleest, de certificaten aanmaakt en de verkoop regelt. Er zijn meerdere aanbieders met elk hun eigen tarieven en verdienmodellen, het loont om even te vergelijken voordat je tekent, want je zit minimaal één kalenderjaar aan een dienstverlener vast.
Wat levert het op?
Het is een markt van vraag en aanbod, dus de prijs schommelt. Momenteel ligt de vergoeding gemiddeld tussen de €0,08 en €0,12 per kWh. Afhankelijk van hoeveel je rijdt en thuis laadt, kun je denken aan:
- Gemiddeld gebruik (~17.500 km/jaar): circa €200–€315 per jaar
- Intensief gebruik (~25.000 km/jaar, voornamelijk thuis laden): circa €320–€630 per jaar
Particulieren krijgen hun uitbetaling vaak één keer per jaar. De inboekdienstverlener houdt een servicefee in die per aanbieder verschilt.
Belangrijk om te weten: de ERE-regeling is met terugwerkende kracht ingegaan vanaf 1 januari 2026. Elke laadsessie die je sindsdien hebt uitgevoerd met een geschikte laadpaal, is dus al geld waard. Aanmelden kan nu al.
Hoe groen is het echt?
Het systeem klinkt als een win-win, maar er zit een belangrijke nuance aan de “groene” kant van het verhaal.
De positieve kant
- Het creëert een directe financiële prikkel om elektrisch te rijden.
- Het dwingt de fossiele sector om mee te betalen aan de transitie.
- Hoe groener ons stroomnet wordt, hoe groter de feitelijke CO₂-winst per geladen kWh.
De keerzijde van het systeem
- Geen subsidie: ERE’s zijn geen subsidie op zonnepanelen of groene stroom. Het is een regelsysteem waarmee wordt vastgelegd hoeveel CO₂ er is bespaard.
- Afkopen van verplichtingen: Brandstofbedrijven mogen ERE’s kopen om aan de regels te voldoen. Daarmee betalen ze mee aan de energietransitie, maar hun eigen verkoop van olie en brandstoffen verandert daardoor niet direct.
- De stroommix telt mee als gemiddelde: Bij de ERE‑berekening wordt gekeken naar het landelijke gemiddelde. In 2025 was dat ongeveer 50% duurzame stroom. Dat betekent dat bij elke kilowattuur die je laadt, ongeveer de helft meetelt voor de ERE‑vergoeding – ongeacht of je groene of grijze stroom afneemt. In de praktijk levert laden met eigen zonnestroom meer echte milieuwinst op dan laden op momenten dat vooral kolen‑ of gascentrales draaien. De vergoeding blijft echter hetzelfde.
- Extra regels bij ‘meer groen’: Wie wil aantonen dat er méér duurzame stroom is gebruikt dan het gemiddelde, krijgt te maken met extra eisen. Denk aan aparte metingen en het moeten bewijzen dat de zonnestroom en het laden tegelijk plaatsvonden.
Conclusie
ERE’s zijn geen doel op zich, maar een hulpmiddel. Ze maken zichtbaar dat elektrisch rijden bijdraagt aan minder uitstoot en zorgen ervoor dat partijen die fossiele brandstoffen verkopen mee investeren in de energietransitie. De grootste milieuwinst komt simpelweg voort uit elektrisch rijden zelf en die is nog groter wanneer je thuis laadt met je eigen zonne‑energie. De financiële vergoeding blijft daarbij gelijk, maar het klimaateffect verschilt wél.
De ERE-regeling is op 31 maart 2026 goedgekeurd door de Eerste Kamer en gaat officieel van start op 1 juli 2026, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
