In het Nederlandse straatbeeld zijn zonnepanelen  inmiddels gemeengoed. Toch is er de afgelopen jaar onder veel huiseigenaren veel twijfel ontstaan over de aanschaf ervan. Terugleverkosten en het einde salderingsregeling in 2027 zorgen voor twijfel. Zijn zonnepanelen op je dak nog wel rendabel?

Met de informatie op deze pagina hopen we wat helderheid te scheppen.

Video | Zonnepanelen: Feiten & Fabels

Over zonnepanelen doen er veel verschillende verhalen de ronde. Maar wat is nu waar en wat klopt niet? In onderstaand filmpje geeft Jochem je op basis van stellingen wat houvast.

Veelgestelde vragen

Zonnepanelen wekken duurzame elektriciteit op, verlagen je energierekening en maken je minder afhankelijk van energieleveranciers. Voor VvE’s kan collectieve opwek ook helpen bij het verduurzamen van gemeenschappelijke voorzieningen.

Met de salderingsregeling mag je het kale levertarief, energiebelasting en btw wegstrepen van de elektriciteit die je teruglevert aan het net tegen de elektriciteit die je afneemt. Dit binnen één kalenderjaar. Je betaalt dan alleen voor het netto verbruik. Deze regeling verdwijnt per 1 januari 2027.

Zodra salderen verdwijnt, kan je niet langer het volledige leveringstarief wegstrepen voor je teruggeleverde stroom. Je ontvangt dan een lagere terugleververgoeding, namelijk 50% van het kale levertarief tot 1 januari 2030. Het kale levertarief is het bedrag per kWh exclusief energiebelasting en btw. Daarnaast betaalt wél het volledige tarief voor wat je verbruikt. Het loont dan meer om je eigen stroom direct te gebruiken.

Dat verschilt per energieleverancier. De meeste vergoeden tussen de €0,04 en €0,10 per kWh, terwijl stroom inkopen vaak €0,25 tot €0,40 per kWh kost. Je bent dus goedkoper uit als je de stroom zelf verbruikt. Let op: de meeste energieleveranciers rekenen nog wel terugleverkosten aan bovenop de terugleververgoeding.

Steeds meer leveranciers rekenen terugleverkosten: deze komen voor in verschillende vormen, onder andere door een bedrag per kWh die je aan het net levert, of in de vorm van staffelprijzen. Dit doen leveranciers om kosten te dekken voor het balanceren van het net, maar ook omdat op momenten met veel zon en weinig verbruik de waarde van elektriciteit 0 of zelfs negatief kan zijn. Die kosten kunnen oplopen tot €0,15 per kWh, bovenop het lage tarief dat je ontvangt. Dat maakt ‘terugleveren’ financieel onaantrekkelijker.

Zonnepanelen blijven op de lange termijn financieel aantrekkelijk, maar het verdienmodel staat onder druk. De terugverdientijd (TVT) neemt toe, vooral als je weinig stroom direct zelf verbruikt.

Bij een laag aandeel eigen verbruik (ca. 30%) kan de TVT oplopen van 5 jaar (met volledige saldering) naar 14 jaar als salderen volledig verdwijnt en terugleverkosten worden gerekend. Dat betekent dat het belangrijker wordt om je installatie af te stemmen op je eigen verbruiksmomenten en eventueel gebruik te maken van een thuisbatterij of slimme sturing.
 
Toch blijft de opgewekte stroom goedkoper dan netstroom. Over 20 jaar gerekend betaal je gemiddeld ca. 6 à 8 cent per kWh uit je eigen systeem, terwijl stroom via een vast contract vaak tussen de 25 en 40 cent per kWh kost. De boodschap: zonnepanelen zijn niet vanzelfsprekend rendabel meer, maar wél nog steeds slim – mits goed toegepast.

Ja, maar dit vereist afstemming met de vereniging. Voor zowel individuele als collectieve installaties op het dak zijn goede afspraken en een verdeelsleutel nodig. Subsidies of regelingen via bijvoorbeeld een Postcoderoos kunnen helpen. Ook kan het Loket Zon op Dak van de Provincie Zeeland hierbij een rol spelen VvE’s komen daarnaast ook in aanmerking voor een bijdrage van het Zeeuws Klimaat Fonds van maximaal 10% van de investering

Vroeger was het gebruikelijk om je hele jaarverbruik af te dekken met zonnepanelen. Maar nu de salderingsregeling wordt afgebouwd en steeds meer leveranciers terugleverkosten rekenen, is dat niet meer automatisch verstandig. Het is tegenwoordig slimmer om je systeem af te stemmen op je eigen verbruiksmomenten – met name overdag. Voor veel huishoudens betekent dit dat 40% tot 60% van het jaarverbruik afdekken al een goede balans oplevert tussen opbrengst en gebruik.

Je kunt ook technisch slimme keuzes maken om overproductie te beperken en je eigen verbruik te optimaliseren:
  • Oost-west opstelling: hiermee spreid je de opbrengst beter over de dag, in plaats van een piek rond het middaguur. Dat verkleint de kans op teruglevering op momenten dat het net al overbelast is.
  • Kleiner bemeten omvormer: door een omvormer te kiezen die iets kleiner is dan je totale piekvermogen (‘onderdimensioneren’), wordt een deel van de piekproductie afgevlakt. Je verliest dan een klein beetje opbrengst op topdagen, maar voorkomt overproductie en piekbelasting.
  • Curtailment: dit is een techniek waarbij je installatieniveau instelt dat de opwek tijdelijk wordt beperkt zodra je verbruik laag is of teruglevering ongunstig is. Dit kan handmatig, of automatisch via een energiemanagementsysteem (EMS).
  • Thuisbatterij: een batterij kan overdag opgewekte stroom tijdelijk opslaan en ’s avonds leveren. Zo verhoog je het aandeel eigen verbruik aanzienlijk en vermijd je terugleverkosten. De investering is echter fors en de terugverdientijd wisselend, dus laat je goed adviseren.

De optimale omvang van je zonne-installatie hangt dus af van meerdere factoren: jouw verbruikspatroon, oriëntatie en hellingshoek van het dak, netvoorwaarden en of je slimme sturing of opslag toepast. Laat daarom altijd een maatwerkberekening maken, op basis van je daadwerkelijke dagprofiel en toekomstplannen.

Zonnepanelen hebben doorgaans een levensduur van 25 tot 30 jaar. Veel fabrikanten bieden dit ook als garantie. Daarnaast bieden zonnepaneel fabrikanten ook opbrengstgaranties. De omvormer gaat meestal 10 tot 15 jaar mee.

De terugverdientijd (TVT) van zonnepanelen lag tot voor kort rond de 5 tot 8 jaar, maar die periode wordt langer nu salderen wordt afgebouwd en sommige leveranciers terugleverkosten rekenen. Bij een kleine installatie van bijvoorbeeld 4 panelen, afgestemd op eigen verbruik, blijft de investering vaak relatief snel terugverdiend — zeker als je overdag stroom gebruikt.

Toch is het belangrijker om te kijken naar de lange termijn stroomprijs. Over een periode van 20 jaar kost een kWh uit je eigen zonnepanelen gemiddeld slechts 6 à 8 cent, terwijl stroom van het net tussen de 25 en 40 cent per kWh kost.
 
Daarnaast levert zo’n kleine installatie ook een concrete klimaatwinst op: 4 zonnepanelen besparen gemiddeld 600 tot 800 kg CO₂ per jaar. Over 25 jaar is dat ruim 15.000 kg CO₂ — een duurzame keuze die zich niet alleen financieel, maar ook ecologisch uitbetaalt.
Zelfs een kleine set van 4 zonnepanelen maakt al een groot verschil. Zo’n systeem wekt jaarlijks ongeveer 1.500 kWh stroom op en voorkomt daarmee gemiddeld 600 tot 800 kg CO₂-uitstoot per jaar. Dat is vergelijkbaar met de uitstoot van circa 4.000 tot 5.000 autokilometers met een benzineauto.
 
Over de levensduur van 25 jaar bespaar je dus ruim 15.000 tot 20.000 kg CO₂, wat bijdraagt aan een duurzamer huishouden én een fossielvrije energievoorziening.

Staat jouw vraag en antwoord hier niet tussen? Neem dan gerust contact met ons op!

Zodra wij je vraag hebben ontvangen, gaan we er zo snel mogelijk mee aan de slag. Misschien wil je ondertussen meer informatie over andere ESP Zeeland-onderwerpen. Ga daarvoor terug naar de landingspagina.